In het kader van de voorhangprocedure van het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) hebben zes fracties in de Tweede Kamer – PVV, GroenLinks-PvdA, NSC, BBB, SP en SGP – schriftelijke vragen gesteld over onderdelen van het ontwerpbesluit. De vragen gaan met name over de betaalbaarheid voor eindgebruikers, de uitvoering door en uitvoerbaarheid voor gemeenten, de deadline voor het vaststellen van het eerste warmteprogramma, de positie van plattelandsgemeenten, utiliteitsbouw en procesgebonden energie.
Onderdeel van het geadviseerde besluit is dat de deadline voor het vaststellen van het eerste warmteprogramma wordt verschoven van 31 december 2026 naar 31 december 2027. Hiermee zouden gemeenten meer voorbereidingstijd krijgen om te voldoen aan de inhoudelijke en procedurele eisen die het warmteprogramma stelt, zoals het uitvoeren van een MER (milieueffectenrapportage), waar dit nodig is.
Gemeenten kunnen hun warmteprogramma uiteraard ook eerder vaststellen. Daarnaast wordt er in overleg met VNG en NPLW gewerkt aan een overgangsbepaling. Gemeenten die vóór eind 2027 al een warmteprogramma hebben vastgesteld dat voldoet aan de eisen, hoeven dit niet opnieuw te doen. Dit voorkomt dubbele werkzaamheden.
De Wgib, Bgiw en de bijbehorende regelingen treden naar verwachting op 1 juli 2026 in werking, in plaats van 1 januari 2026.
Vervolg
De beantwoording is inmiddels aan de Tweede Kamer aangeboden en ook gedeeld met de Eerste Kamer, in verband met de aanstaande behandeling van de Wet collectieve warmte in december 2025. Naar verwachting zal hierover binnenkort een tweeminutendebat volgen in de Tweede Kamer.
Bekijk hier de Kamerstukken.
Lees hier de antwoorden op de kamervragen van Minister Keijzer.
