De warmtetransitie moet ook over koeling gaan

jun 23, 2026

  1. Bodemenergie
  2.  → 
  3. Nieuws
  4.  → De warmtetransitie moet ook over koeling gaan

De afgelopen zomers verschenen er steeds meer airco’s aan Nederlandse gevels en nam de vraag naar mobiele airco’s op warme dagen toe. Dat is begrijpelijk, want comfortabel wonen en werken vinden we steeds belangrijker. Toch blaast zo’n airco de warmte uit huis gewoon de straat op, terwijl je diezelfde warmte een half jaar later goed kunt gebruiken. Bodemenergie pakt dat slimmer aan en slaat de zomerse warmte op in de grond, om er in de winter mee te verwarmen.

Rik Molenaar, bestuurslid van Branchevereniging Bodemenergie en adjunct directeur bij Techniplan Adviseurs, adviseert over duurzame energieopwekking. Hij ziet de belangstelling voor koeling groeien en vindt dat het onderwerp een vaste plek op de bestuurlijke agenda verdient. “De energieprijzen stijgen, we willen steeds meer comfort en door klimaatverandering krijgen we ’s zomers steeds vaker en langer te maken met hoge temperaturen. Waar we dan direct aan denken is koelen”, licht Molenaar toe.

Verwarmen en koelen horen bij elkaar

In het beleid en de bouwregels gaat de aandacht vooral naar energiezuinig verwarmen. De toenemende koelvraag krijgt veel minder aandacht. Molenaar noemt dat een gemiste kans. “Je kunt het verwarmen van gebouwen niet los zien van het koelen. Juist de combinatie maakt een systeem sterk. In de energietransitie kijken we vooral naar alternatieven voor fossiele warmte, terwijl de koudevraag toeneemt. Bodemenergie levert dat tweede gratis mee.”

Daar hoort wel een nuance bij. Hoe meer zaken je aan een opgave koppelt, hoe ingewikkelder het wordt om die op te lossen. “Koeling hoort erbij en we moeten er zeker mee aan de slag, maar niet ten koste van de energietransitie. Die is urgent en kunnen we niet even op pauze zetten omdat we per se ook koeling erbij willen betrekken.”

De bodem als batterij

Om te begrijpen waarom bodemenergie zo geschikt is voor allebei, helpt een eenvoudig beeld. Molenaar vergelijkt de grond met een batterij of een buffer. Nederland kent twee typen systemen. De open systemen heten warmte-koudeopslag, kortweg WKO. De gesloten systemen staan bekend als bodemlussen. Beide bewaren energie in de bodem en geven die later weer af. “Stop je aan de ene kant veel warmte in de bodem en haal je er aan de andere kant weinig koude uit, dan raakt het systeem uit balans en presteert het minder goed”, legt Molenaar uit. “Simpel gezegd: koel je een gebouw, dan stop je de warmte die je op dat moment uit het pand haalt in de bodem. Die warmte komt een half jaar later van pas bij het verwarmen. Wie niet koelt, haalt de balans uit evenwicht en moet de warmte ergens anders vandaan halen. Dat kost extra energie en vaak ook extra installaties.”

Veel zuiniger dan de airco

Voor bestuurders die met netcongestie worstelen, is het verschil in stroomverbruik veelzeggend. Met een eenvoudige airco uit de bouwmarkt maak je met één deel elektriciteit twee tot drie delen koude. Een duurdere split-unit haalt daar vier tot vijf delen uit. Een bodemenergiesysteem koelt met datzelfde deel elektriciteit twintig tot vijftig delen. “Er zit dus een enorm verschil tussen”, zegt Molenaar. “Dat lagere verbruik ontlast het stroomnet precies op het juiste moment. Airco’s draaien meestal op volle toeren aan het eind van een warme dag, wanneer mensen thuiskomen en het elektriciteitsnet tot zijn maximale capaciteit vol zit. Zetten ze dan allemaal tegelijk de airco aan, dan krijg je een veel groter netcongestieprobleem. Met een bodemenergiesysteem vermindert dat.” Bodemenergie is bovendien een vorm van energieopslag, wat het volgens Molenaar tot de beste manier van verwarmen en koelen voor ons overvolle elektriciteitsnet maakt.

Koelere steden

De manier waarop we koelen, raakt ook de hittestress in steden. Een airco blaast de warmte uit een gebouw samen met de gebruikte elektriciteit de buitenlucht in en warmt zo de omgeving verder op. Een bodemenergiesysteem slaat die warmte juist op in de grond. “Dat scheelt enorm in de opwarming van een stad”, aldus Molenaar. “In combinatie met meer groen en schaduw helpt bodemenergie steden leefbaar te houden tijdens warme periodes.”

Misverstanden bij bestuurders

Molenaar adviseert geregeld gemeenten en andere overheden. Hij ziet daarbij twee misverstanden terugkomen. Het eerste gaat over de afweging tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. “Wie zich blindstaart op één van die drie, verliest de andere twee uit het oog. Soms maken partijen afspraken over rendementen die net niet haalbaar zijn. Haal je ze wel, dan gaat dat ten koste van de betaalbaarheid of de betrouwbaarheid.” Het tweede struikelblok sluit daarop aan. Veel mensen denken volgens Molenaar dat een zuiniger systeem automatisch goedkoper uitvalt. “Die laatste paar procent duurzaamheidsambitie kan zomaar twintig tot veertig procent extra kosten opleveren”, waarschuwt Molenaar. Juist daarom is het belangrijk om keuzes te baseren op een integrale businesscase, waarin alle kosten, baten en effecten worden meegenomen, inclusief de kosten van netverzwaring voor lucht-/waterwarmtepompen en airco’s.

Kansen creëren voor bodemenergie

Veel gemeenten werken aan warmtevisies en warmtetransitieplannen waarin bodemenergie een belangrijke rol kan spelen. Toch valt de keuze vaak op bekendere technieken. “Bij warmteplannen denken gemeenten al snel aan stadsverwarming of luchtwarmtepompen. Bodemenergie is wat minder bekend”, zegt Molenaar. Daar ligt volgens hem een rol voor overheden, om de techniek in ieder geval als serieuze optie mee te nemen en er actief kansen voor te creëren.

Tegelijk waarschuwt hij voor de andere kant. “Bodemenergie heeft ruimte nodig, zowel boven als onder de grond. Dat geldt overigens voor elke duurzame techniek. Het is aan bestuurders om de belanghebbenden daarin te verbinden. Als er al iets in de bodem zit, moet er samengewerkt worden tussen verschillende partijen. Denk maar zo: een overschot bij de één, kan het tekort bij de ander oplossen. Bodemenergie gaat prima samen met bijvoorbeeld drinkwater of andere functies in de ondergrond. Met goede afspraken bestaan verschillende belangen gewoon naast elkaar.”

Ruimte reserveren, maar flexibel

Waar het mis kan gaan, is bij plannen die te veel dichtgetimmerd worden. “Gemeenten, provincies of andere overheidsinstanties leggen dan in gedetailleerde bodemenergieplannen soms alles té gedetailleerd vast. Je weet nooit hoe een gebied zich ontwikkelt. Dan blijkt tijdens het opstellen van nieuwe plannen soms de ruimte voor bodemenergie keurig gereserveerd, maar net op de verkeerde plek. Een bron laat zich nu eenmaal niet onder een gebouw boren dat er net staat.” Zijn advies aan overheidsinstanties is om ruimte wél te reserveren, maar op een flexibele manier, zodat de plannen kunnen meebewegen met de gebiedsontwikkeling.

Niet elk gebouw leent zich zonder meer voor bodemenergie. Het is een investering voor de lange termijn, en het gebouw moet geschikt zijn of je moet het geschikt maken. Vaak draait dat om het afgiftesysteem en de isolatie samen, want vloerverwarming en vloerkoeling werken pas goed in een goed geïsoleerd pand. Molenaar adviseert om zulke ingrepen te combineren met een natuurlijk moment, bijvoorbeeld een renovatie.

Kansen voor bestaande kantoren

Voor nieuwbouw is bodemenergie inmiddels vaak de eerste techniek waar ontwikkelaars naar kijken. De grootste blinde vlek ziet Molenaar bij bestaande kantoorgebouwen. “Voor een kantoor is bodemenergie zowel in de winter als in de zomer een enorm rendabele verduurzaming. Daar gebeurt nu nog relatief weinig. Maar dat is volgens mij vooral een kwestie van onbekend maakt onbemind.” Juist voor overheden telt daarbij de energie-efficiëntierichtlijn (EED, artikelen 5 en 6), die hen verplicht jaarlijks 3 procent van hun vastgoed te renoveren, een uitgelezen kans voor WKO. Over de toekomst is hij uitgesproken positief. “De groei van bodemenergie zet door. Met netcongestie erbij is het gewoon de meest duurzame en netvriendelijke manier van verwarmen en koelen.”

Hulp voor gemeenten

Voor bestuurders en ambtenaren die met bodemenergie aan de slag willen, is er meer ondersteuning dan vaak gedacht. Het Gebruikersplatform Bodemenergie behartigt de belangen van eigenaren en eindgebruikers en werkt daarin samen met de Rijksoverheid en de provincies. Als kennismakelaar komt het Gebruikersplatform vooral in beeld zodra er al een systeem ligt, met een gratis spreekuur voor gemeenten en een WKO-scan of Second Opinion voor leden zodat zij hun WKO-installatie kunnen optimaliseren. Wie nog aan het begin staat, vindt kennis bij het IKBE en bij landelijke instrumenten als het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), de ZLT-tool, de WKO-Bodemenergietool en bijbehorende subsidies. Zo komt onafhankelijke kennis binnen handbereik voor wie koeling en bodemenergie een serieuze plek wil geven in het beleid.